Zoeken

Nieuwsbrief

Hoe een telefoongesprek kan leiden tot ontslag

Inleiding

Op 15 februari 2007 oordeelde het kantongerecht in Breda dat het ter zitting laten horen van een in het geheim gemaakte geluidsopname van een telefoongesprek tussen een werkgever en een werknemer geen schending oplevert van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens ('EVRM'). De kantonrechter stond toe dat het heimelijk opgenomen gesprek als bewijs mocht dienen in de ontslagprocedure en ontbond de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden zonder vergoeding. Het telefoongesprek was immers gevoerd in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en had dus een zakelijk karakter. Het belang van de werkgever om de waarheid aan het licht te brengen woog zwaarder dan het respecteren van de persoonlijke levenssfeer van de werknemer.

Is in deze uitspraak, mede in het licht van de Europese jurisprudentie, voldoende recht gedaan aan het recht op privacy van de werknemers op de werkvloer?

Het heimelijk opnemen van telefoongesprekken is rechtmatig

In de zaak van 15 februari 2007 ging het om een werknemer die vanaf april 1996 werkte als kwaliteitscontroleur. De werknemer werd in november van datzelfde jaar door zijn werkgever/manager op zijn functioneren aangesproken omdat de werknemer de bedrijfsauto niet had afgesloten en de sleutel in de wagen achtergelaten. De werkgever/manager gaf tegelijkertijd aan dat hij de arbeidsovereenkomst voortijdig wilde beëindigen en stelde de werknemer vrij van het verrichten van werkzaamheden. De werknemer protesteerde hiertegen en de werkgever/manager liet de werknemer vervolgens aangepaste werkzaamheden verrichten. Enige tijd later zou de werknemer in zijn nieuwe functie aantreden, maar de werknemer meldde zich ziek. De werkgever/manager nam daarop telefonisch contact op met de werknemer en wees deze erop dat zijn loon zou worden ingehouden indien hij zich ten onrechte ziek had gemeld. De werknemer bedreigde daarop zijn werkgever/manager. Dit bewuste gesprek werd door de werkgever/manager, zonder medeweten van de werknemer, opgenomen. De werkgever/manager heeft daarop aangifte gedaan bij de politie; de werknemer werd onmiddellijk na het gesprek op non-actief gesteld.

De werkgever startte vervolgens een procedure bij de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen, bestaande uit een dringende reden, althans wegens veranderingen in de omstandigheden. De werkgever legde aan haar verzoek ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst onmiddellijk diende te worden beëindigd, primair omdat er sprake was van een dringende reden, bestaande uit het bedreigen van werknemers (in het bijzonder de manager van de werknemer) en subsidiair wegens verandering van de omstandigheden, bestaande uit onvoldoende functioneren en een onherstelbare vertrouwensbreuk. Om deze grond(en) te staven, liet de werkgever ter terechtzitting een geluidsopname horen van voornoemd gesprek tussen de werknemer en zijn manager. De werknemer maakte ter zitting bezwaar tegen het laten horen van de opname, omdat de manager de werknemer bij aanvang van het gesprek niet zou hebben meegedeeld dat het gesprek werd opgenomen. De kantonrechter stelde dat er geen sprake van een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM beschermde recht, omdat het (telefoon)gesprek werd gevoerd in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Het gesprek had daardoor een zakelijk karakter, waarmee de persoonlijke levenssfeer van de werknemer niet in het geding was. De rechtbank oordeelde dat het belang van de waarheidsvinding door openbaarmaking van de opname zwaarder woog dan het belang van de werknemer bij de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.

Opnemen van telefoongesprekken: juridisch kader

Artikel 8 EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Dit recht wordt ook omschreven als het 'recht op privacy'. Werknemers hebben tijdens het uitvoeren van hun beroepsactiviteiten het recht om relaties met andere mensen aan te knopen (EHRM 16 december 1992, NJ 1993, 400). Een zekere mate van vrijheid om tijdens de arbeidstijd met andere mensen te kunnen communiceren, zonder inmenging van de werkgever, is in dit kader onontbeerlijk. Artikel 8 beschermt de werknemer tegen inbreuken op dergelijke privacyaanspraken door de werkgever. In Nederland is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vastgelegd in artikel 10 Grondwet.

In tegenstelling tot het opnemen van telefoongesprekken valt het meeluisteren daarvan niet onder het toepassingsgebied van de Wet Bescherming Persoonsgegevens ('Wbp'). Het opnemen van telefoongesprekken op de werkvloer is niet toegestaan, tenzij de werkgever aan een aantal voorwaarden voldoet. Het opnemen van telefoongesprekken is slechts toegestaan indien het noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van een betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst (artikel 8, b Wbp). Denk bijvoorbeeld aan de financiële transacties die via de telefoon worden afgesloten en de informatieverstrekking die (bijvoorbeeld door call centers) via de telefoon plaatsvindt. Het opnemen van telefoongesprekken is eveneens toegestaan indien het opnemen noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de werkgever (artikel 8, f Wbp). De werkgever zal in dat geval een privacytoets moeten uitvoeren aan de hand waarvan hij zijn rechten en belangen dient af te wegen tegen die van de werknemer. Het opnemen van telefoongesprekken is bijvoorbeeld noodzakelijk indien de opnames kunnen dienen als bewijsmateriaal bij een vermoeden van fraude door een werknemer of bij het behandelen van een klacht. Steeds zal de werkgever zich moeten afvragen of er niet minder vergaande methodes zijn om dit doel te bereiken.

Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens is het heimelijk opnemen van telefoongesprekken alleen toegestaan bij verdenking van een strafbaar feit, bijvoorbeeld het naar buiten brengen van bedrijfsgeheimen (zie Rapport Registratiekamer, Als de telefoon wordt opgenomen, november 1996 en Informatieblad College Bescherming Persoonsgegevens, Opnemen van telefoongesprekken op de werkvloer). Een ander voorbeeld zijn bedreigingen of bommeldingen. Als alleen door middel van het opnemen van gesprekken de dader gevonden kan worden of de ernst van de dreiging onderzocht kan worden, mag overgegaan worden tot het in geheim opnemen van gesprekken. De bedreiging moet niet op een minder ingrijpende manier kunnen worden verhinderd, bijvoorbeeld door het nemen van preventieve maatregelen. Bij geheime opnames moet de werkgever voldoende waarborgen stellen met betrekking tot het verhinderen van onrechtmatige toegang tot de opnames en het automatisch later vernietigen van de opnames indien niet is gebleken dat er sprake is van strafbaar gedrag.

Het heimelijk opnemen van telefoongesprekken is onrechtmatig

In het Halford-arrest oordeelde het EHRM (EHRM 25 juni 1997, NJ 1998, 506) dat ook (privé)telefoongesprekken gevoerd met een zakelijk toestel, of onder een zakelijk nummer, de bescherming genieten van artikel 8 EVRM. In deze zaak had een werkneemster van een Engels politiekorps, mevrouw Halford, van haar werkgever de beschikking gekregen over een apart telefoontoestel, dat niet onderworpen was aan de standaardcontrole van de telefoons van het politiebureau. Dit, omdat zij met haar werkgever verwikkeld was in een rechtszaak wegens ongelijke behandeling. Uit het bewijs dat ter terechtzitting werd overlegd, bleek echter dat haar werkgever de gesprekken die zij had gevoerd met deze 'speciale' telefoon had afgeluisterd. Het Hof stelde in haar overweging o.a. dat 'the right to private life and correspondence' zich ook uitstrekt tot de werkvloer. Omdat de werkneemster niet gewaarschuwd was dat deze gesprekken werden opgenomen, had zij een 'reasonable expectation of privacy'. Deze redelijke verwachting van de werkneemster op de eerbiediging van haar privacy werd in dit geval nog aangewakkerd omdat zij van haar werkgever speciaal een telefoontoestel had gekregen waarmee zij haar privé-gesprekken kon voeren. Het loutere feit dat de werkneemster wel bekend zou zijn geweest met de mogelijkheid dat er werd meegeluisterd of dat deze gesprekken door de werkgever werden opgenomen, rechtvaardigt op zichzelf het gebruik daarvan echter niet. De kenbaarheid is enkel een basisvoorwaarde voor de rechtmatigheid ervan.

Conclusie

De uitspraak van het kantongerecht te Breda staat haaks op het Halford-arrest en vormt voer voor een nieuw privacydebat. Het grondrecht bedoeld in artikel 8 EVRM en artikel 10 Grondwet is door de grondwetgever met opzet niet scherp gedefinieerd. De consequentie daarvan is dat de rechter, gesteld voor de vraag of in een concreet geval sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op privacy, zich eerst zal moeten uitspreken over de vraag of in de litigieuze situatie de privacy in het geding is. Indien de rechter oordeelt dat de privacy van de werknemer in het geding is, zal de rechter vervolgens moeten beoordelen of er sprake is van een inbreuk op de privacy en/of deze inbreuk gerechtvaardigd is. De Bredase rechter oordeelde dat er geen sprake van was van een ongeoorloofde inbreuk op het onder meer door artikel 8 EVRM beschermde recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangezien het gesprek was gevoerd in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, daarom een zakelijk karakter had, waarbij de persoonlijke levenssfeer van niet in het geding was. Onder deze omstandigheden woog, aldus de rechter, het belang van de waarheidsvinding zwaarder dan het belang van de werknemer bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Rechtvaardigt het loutere feit dat telefoongesprek plaatsvindt in het kader van de uitvoering van arbeidsovereenkomst en daarom een zakelijk karakter heeft, de conclusie dat het recht op privacy van de werknemer niet in het geding is? Wordt daarmee het grondrecht niet te eng geïnterpreteerd of zelfs 'leeg geïnterpreteerd'?

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Nicole Wolters Ruckert

Tel: +31 20 5506 646
nicole.wolters.ruckert@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin